Kafferkoren (of Sorghum)

Kafferkoren of Sorghum (Sorghum bicolor) behoort tot een geslacht uit de grassenfamilie (Poaceae). De soorten van dit geslacht komen voor in vrijwel de hele wereld, maar slechts één soort wordt voor menselijke consumptie geteeld. De naam kafferkoren is natuurlijk afgeleid van het woord 'kaffer' dat op zijn beurt geleend is van het Arabische woord kafir, dat nog steeds 'ongelovige' betekent. Qua woord is er dus niets aan de hand, maar omdat mensen tegenwoordig zo snel gekwetst zijn zullen we het  in het vervolg van deze column toch maar hebben over 'sorghum'.
Sorghum werd al rond 3000 vC gedomesticeerd op de savannes van West-Afrika en Ethiopië. Van daaruit heeft het gewas zich over geheel Afrika verspreid. Ongeveer 2000 vC werd sorghum ook verbouwd in Centraal-India, een bewijs van de vroege contacten tussen beide gebieden. In Egypte werd ze als cultuurplant pas belangrijk vanaf de vroeg-islamitische tijd (640-1250 nC). Afrikaanse slaven brachten sorghum begin 17e eeuw mee naar de Verenigde Staten, waar nu het grootste gedeelte van de wereldproductie plaatsvindt teneinde maïs te vervangen als veevoer.

Sorghum is een eenjarig gewas dat afhankelijk van het ras 0,6 tot wel 5 meter hoog kan worden, terwijl de stengel vijf tot meer dan dertig millimeter dik worden. De bladeren lijken op die van maïs, maar zijn iets korter en breder. De pluim is gewoonlijk compact bij sorghums, die ten behoeve van menselijke voeding (food) wordt verbouwd, terwijl hij open is bij varianten die voor dierlijke voeding (feed) wordt geteeld.

Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Sorghum, levert de nodige problemen op. De meest aannemelijke verklaring is dat het afstamt van het in de Middeleeuwen gesproken Latijn, suricum granum, dat vertaald kan worden als 'graan uit Syrië'. Sorghum kwam in die periode kennelijk vanuit Syrië. Het tweede deel, bicolor, lijkt me duidelijk: het betekent 'tweekleurig' in het Latijn. De zaden zijn tweekleurig.
Gezien zijn herkomst is sorghum een graan dat zich het meest thuisvoelt in tropische en subtropische oorden. Sorghum is in onze contreien lastig te telen omdat de plant veel zonuren nodig heeft. Maar de vaderlandse kwekers hebben wel voor hetere vuren gestaan en hebben door veredeling rassen ontwikkeld die ook in onze gematigde streken kunnen floreren. Ook lijkt sorghum onverwachte kwaliteiten te bezitten, want de soort kan zich goed handhaven bij verzilting van de ondergrond en het graan is glutenvrij. Dat is een plezierige bijkomstigheid voor het toenemend aantal consumenten dat zegt te kampen met glutenallergie.

Voor wat betreft voedingswaarde kan sorghum zich meten met tarwe. Het bevat grote hoeveelheden van bepaalde essentiële voedingsstoffen, waaronder vitamine B6, ijzer en mangaan.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen