Dadels

Je gelooft het misschien niet, maar zelfs de dadelpalm (Phoenix dactylifera) wordt soms in ons land verwilderd aangetroffen. Weliswaar treffen we hem vrijwel altijd aan in het centrum van oudere binnensteden waar de temperatuur wat hoger blijft dan in de winderige buitenwijken of de vrije natuur. De dicht opeen gebouwde huizen weerkaatsen ook het zonlicht en de gebrekkig isolatie van de woningen helpt ook om de temperaturen iets dragelijker te maken voor de dadelpalm. Uiteraard groeien deze dadelpalmen zelfs daar niet uit tot grote dadelsdragende palmbomen, maar overleven doen ze wel.

In wat meer warmere omstandigheden kan een dadelpalm tot 20 meter hoog worden met tot zes meter lange bladeren. Het duurt 4 tot 8 jaar voordat de dadelpalm voor het eerst vruchten zal produceren, maar als ze daarmee beginnen kunnen ze per oogst wel 150 kilo aan dadels opleveren.
[Dadelpalm - Niet in Nederland gefotografeerd]
Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Phoenix, is op het eerste gezicht afkomstig van het Griekse phoinix, de vogel van Arabië die iedere 500 jaar naar Egypte vloog om herboren te worden. Het Griekse woord phoinos betekent echter ook 'bloedrood' en in het Phoenisisch betekende hetzelfde woord 'paarsrood', de kleur van het fruit. Het tweede deel, dactylifera, is een combinatiewoord uit het Grieks , waar daktulos ooit zowel 'vinger' als 'dadel' betekende en het werkwoord fero, wat 'ik draag' betekent. Samen is het dus zoiets als '(een boom die) vingervormige vruchten draagt'.

Dadels vormen in grote delen van het Midden-Oosten een belangrijk onderdeel van de dagelijkse voeding. Men denkt zelfs dat dadels al rond 7000 vChr voor het eerst werden gecultiveerd in wat nu westelijk Pakistan is. De oude Egyptenaren gebruikten de vruchten voor het maken van wijn.

De naam 'dadel' – net als zijn Engelse vorm date – is een verbastering van de wetenschappelijke soortnaam. Dactylifera is namelijk afgeleid van het Griekse woord daktulos, wat 'vinger' betekent en de langwerpige vorm van het fruit beschrijft.
Eigenlijk is het vreemd dat men in Noordwest-Europa geen liefhebber is geworden van de zoete dadels. Zou juist die zoetheid ons meer doen verlangen naar de Mediterrane zon? Houden wij juist van zure en bittere fruitsoorten omdat daar wellicht de zo noodzakelijke vitamines en mineralen in zouden zitten? Een onbewuste hang naar 'bitter in de mond, maakt het hart gezond'?

Ik geloof daar niets van. Ik denk dat het gewoon te maken heeft dat dadels in het verleden niet lang genoeg 'goed' bleven en daardoor niet in de groente-afdeling van de supermarkt terecht kwamen. We gaan steeds meer op vakantie naar exotische landen, gaan steeds meer houden van exotische gerechten en dus is de dadel ook aan een voorzichtige opmars in ons land bezig.

En juist dat is de reden dat we hem in toenemende mate in het wild zullen aantreffen. Het is immers een heerlijke en gezonde snack die eenvoudig vele ongezonde tussendoortjes kan vervangen. Maar een dadel heeft een pit en die pit spuug je uit of gooi je weg. De natuur weet wel raad met zo'n buitenkansje. Nu moet de global warming nog een beetje doorzetten en we kunnen ons wanen aan de kusten van de Middellandse Zee.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen