Calvé Pindakaas

De geschiedenis van Calvé begon in 1883 toen De Nederlandsche Oliefabriek (NOF) in Delft werd opgericht door Jacques van Marken (1845-1906), toenmalig eigenaar van de NV Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek, later Gist-Brocades en nu een onderdeeltje van DSM. De bedoeling was om uit pinda's arachide-olie te produceren. Aanvankelijk was het bedrijf daarom vooral bekend van de Delftsche Slaolie die er werd vervaardigd.
Al in 1897 fuseerde de De Nederlandsche Oliefabriek met de Franse concurrent van de gebroeders Emmanuel en George Calvé en kreeg de naam 'Nederlandsche Oliefabrieken (NOF) Calvé-Delft', later afgekort tot NOF Calvé. Van Marken zette zelfs in Egypte een 'grondnotenplantage' op om zo de toevoer van grondstof in eigen beheer te krijgen[1].

Na het overlijden van Van Marken, nam de Margarine Unie, een voorloper van Unilever, NOF Calvé in 1928 over van de erven Van Marken.
Pas in 1948 begon Calvé-Delft eindelijk met de productie van pindakaas. Geen idee waarom dat zolang heeft moeten duren, maar ik vermoed dat het product werd afgekeken van de Amerikanen, want daar was peanut butter al meer dan een halve eeuw een heerlijk broodbeleg. Bij de Amerikanen is een peanut butter banana sandwich zeer in trek. Bij ons niet.

Omdat we hier in Nederland een koloniale geschiedenis hebben waarvan we geleerd hebben dat pittig eten heerlijk en gezond is, vinden vele landgenoten de pindakaas het lekkerst met wat sambal.

[1] Wim Wennekes: De Aartsvaders: Grondleggers van het Nederlandse Bedrijfsleven - 1993

Geen opmerkingen:

Een reactie posten